Blauhúster Dakkapel
Sneek Friesland, opgericht 24-06-1972


Algemeen
Opvallend nieuws
CD's
Trips
Optredens Dakkapel
Awards
Om nooit te vergeten
Trips


 

Sint Maarten (N.A.) trip 2009

 


Voor de 4e keer (1993, 1996, 2004 en 2009)  heeft de Dakkapel een trip gemaakt naar het zonovergoten en fantastische Caribische eiland Sint Maarten. Een uitgebreid verslag doen we niet deze keer, want dat heeft Matthie Silvius in 2004 al eens fantastisch gedaan. Maar er waren toch wel weer bijzondere gebeurtenissen. Dit keer 2 filmpjes: de eerste is de ongekuiste versie, de 2e is toch wel wat 18+.




 

 


** Met bijzondere dank aan filmploeg  Flashing Four





 
 
Japanse gastvrijheid brengt Friese feestmachine in verlegenheid.
 

 
Blauhúster Dakkapel geniet in Japan.
 


In het kader van de stedenband tussen Sneek en Kurobe wat dit jaar het 6e lustrum geniet en de 400 jarige handelsbetrekkingen tussen Nederland en Japan, was in dit voorjaar de Burgemeester van Sneek, Dhr. Siebolt Hartkamp met zijn vrouw uitgenodigd om samen met de Blauhúster Dakkapel een 7 daags bezoek aan het land van de rijzende zon te brengen.
Na een half jaar van voorbereidingen, het instuderen van o.a. de Japanse evergreens, Sukiyaki, de nummer één hit van Tokyo, Little Green Bag, van George Baker en niet te vergeten, het Japanse Volkslied begon Woensdag 16 augustus het Japanse avontuur voor de leden van de Dakkapel. Aangevuld met twee man van de Putkapel, Harm en Anton Silvius (neefkes) kon het orkest op supervolle sterkte af gaan reizen.

Tijdens een eerdere voorlichtingsbijeenkomst op het Sneeker stadhuis was door o.a. de directeur van YKK Sneek Dhr. Hjosihori, de secretaresse van de Burgemeester Gerbrig Fekken en de gemeentevoorlichter Dhr. v/d. Winden het orkest al gewezen op een belangrijk aantal Japanse gebruiken. Ook waren ze door andere eerdere Japenbezoekers gewaarschuwd voor eventueel bijzonder smakend of later opspelend voedsel, waarvan de maaltijden erg klein zouden zijn. De koffers gevuld met Friese worst, jam en kaas en andere Hollandse gerechten en niet te vergeten, wat blikjes "fris van Freddie of su" vertrokken de heren enigszins gespannen, onder het motto: "we salle het wel sien".
 
 
De mastenmaker en trombonist Yme v/d. Meer, moest op de dag van vertrek nog een IFKS-wedstrijd zeilen op het Skûtsje van Jitse Grondsma, maar arriveerde nog net op tijd op Schiphol. Na een paar blikjes vliegen (ongeveer 12 uren) zetten de friezen Donderdag 17 augustus om 14:10 uur hun voeten aan de grond op Narita airport bij Tokyo. Hier werd eigenlijk direct de toon al gezet voor een "bjusterbaarlijk" verblijf in Nippon. De mensen in Japan houden van organisatie en orde. Dus een prima gepland programma viel de Dakkapel ten deel nadat zeer georganiseerd en verbazingwekkend snel de koffers en kisten op het vliegveld klaar stonden.

Hier werd de Kapel opgevangen door een Japanse gids, welke de gehele reis niet meer van hun zijde zou wijken. Snel en handig werd het orkest mat alle kisten etc. langs de diverse rijen wachtenden en instanties geloodst om plaats te kunnen nemen in de bus, die uiteraard ook al keurig klaar stond met chauffeur en juffrouw. Na veel passen en meten wist men de kisten van bijzondere afmetingen (sousaphoon, kinderwagen etc.) ook in de bus te wurmen.
In het schitterende hotel in Tokyo aangekomen werd het (benieuwde) orkest getrakteerd op de eerste Japanse maaltijd, welke 5 gangen was, en prima in de smaak viel bij de kapel. De drie tubablazers, de broers Nico, Eppo en Idzard Silvius, verblijden de overige hotelgasten vanaf hun royale suite met de eerste Friese klanken, gevolgd door het Japanse volkslied. "De paus kust altied de grond, at ie ergens aankomt, omdat ie blij is nou, na sun flugt. Wij speule even een flieberke, wij binne ok blij dat alles goed gaan is nou" aldus Eppo.
 
Ut Hotel in Tokyo.
 
Vrijdag 18 augustus, werd het grootste gedeelte van het orkest om 's-morgens ca. 5 uur opgeschrikt door een lichte aardbeving, alles stond te trillen op de hotelkamers en dat duurde enkele tientallen seconden. Na een gigantisch ontbijt en een korte nachtrust stond er de volgende morgen een (grotere) bus klaar om het orkest, dwars door Japan, van Tokyo, aan de Pacific Ocean, naar Kurobe, aan de Japanse Zee te brengen. De trip op zich was al een belevenis omdat de route allerlei prachtige taferelen opleverde van de Japanse Alpen wat het hart van een ieder sneller laat kloppen. Bij het passeren van Nagano kon men vanuit de bus een blik (geen bier) werpen op de fraaie schaatstempel waar o.a. Ids Postma zijn gouden Olympische medaille op de 1000 meter had gewonnen. De naam en Faam van de Blauhúster Dakkapel was waarschijnlijk al doorgespeeld naar de nodige instanties, want tijdens de 6 uur durende rit werden de bandleden rijkelijk voorzien van de Japanse zustertje van Heineken, nl. Sapporo bier.

In Kurobe aangekomen stond bij het volgende klasse hotel het volledige personeel het orkest alweer netjes opgelijnd op te wachten. Er werd snel omgekleed in passend gala, waarna snel naar het stadhuis van Kurobe werd gereden. Hier viel de dakkapel van de ene verbazing in de andere. Met enig schroom en een tikkie verlegen mochten de bandleden de bus uitstappen en langs een enorme juichende, met Japanse en Nederlandse vlaggetjes wapperende menigte richting City Hal (stadhuis) lopen, alwaar het complete B&W van Kurobe de Sneeker Burgervader en moeder, samen met de Dakkapel op een hartverwarmend en welgemeend ontvangst trakteerden. Kompleet met het jeugdorkest van Kurobe. Ook de gehele gemeenteraad stond met een vlaggetje te zwaaien.
 
Japans vlagvertoon met Dhr. en mevrouw Hartkamp op de voorgrond.
 
De heren van Neerlands bekendste en meest roemruchte dweilorkest zijn wel het een en ander gewend, zou je zo zeggen, maar zo'n "koninklijke" opwachting deed zelfs de meest gelouterde bandleden even slikken. Wel was de band blij om na ongeveer twintig minuten poseren voor fotografen etc. naar binnen te mogen in het van airco voorziene stadhuis, want het was buiten ca. 38 graden en met lange broek en stropdas is dat voor de Friese jongens geen pretje. "ut floog mie bij de sokken op, sun hitte, mar skitterend nou, al die lui met vlaggen" aldus Lieuwe Nieuwland, de bassist.
 
Bernlef krijgt bloemen.
 
In het stadhuis werden alle leden van de dakkapel één voor één voorgesteld aan de notabelen van Kurobe, zo ook andersom zodat een ieder wist met wie men te maken had. De beginnende Jetlag werd al een beetje merkbaar tijdens de (gebruikelijke) ellenlange toespraken van de diverse vertegenwoordigers van beide steden en landen. De leden van de kapel wisten de ware slaapkoppen nog net op te vangen door elkaar geregeld in de zij te porren. "ik lag hast te snurken man, su doen ut eerst in ut Japans en dan wut ut vuttaald" aldus Joop Tromp (trombone).
 
Even voor de pers.
 
Na deze hartelijke ontvangst gingen de kapelleden naar het hotel om zich voor te bereiden op het eerste optreden van die avond. Japanners regelen alles tot in de kleinste details. Bij aanvang van de receptie werd elk bandlid naar de juiste plaats in de prachtige zaal geleid om gemengd plaats te nemen aan een van de vele tafels.

De gastheren en dames bleken van de plaatselijke upper-class en in de gemixte zaal bleek het al snel een zeer gezellig gebeuren te worden. Veel informatie werd uitgewisseld en het bier en de beroemde (maar gevaarlijke) Japanse Saké vloeide rijkelijk. Het is in Japan gebruikelijk om nooit zelf je glaasje bij te vullen, dat doe je bij elkaar. "ik zat naast een heule gesellige inschenkfanaat, ik hew der wel twaalf fan die glaskes saké had, ut is eigeluk meer hupsaké" aldus trompettist Theo Brens.
Kampai (proost)
 
Eten met stokjes, de nodige borrels met tekst en uitleg over diverse gangen viel de kapel ten deel, Japanners zijn heel toegankelijk en hulpvaardig. Het vertrouwen in het naderende optreden begon te groeiden naarmate de hapjes en drankjes werden genuttigd. Na aanvang van het eerste optreden bleek het Japanse publiek erg volgzaam, bij het nummer Hey Jude (he Sjoerd) bleken de zorgvuldig in Friesland vervaardigde bordjes met Japanse teksten, goed te werken. Iedereen de handen omhoog, en als er geen bordje van "stop" bij had gezeten, stonden ze daar nu nog.
 
De bordjes waren leesbaar.
 
 
De avond kon voor de kapel niet meer stuk en de spits was afgebeten, het ijs was gebroken. Als "Gasts of Honneur" mochten de bandleden als eersten, onder een hartverwarmend applaus met het nodige buigwerk de diningroom weer verlaten. "ut skoot mij gelijk in de rug met die buigerij, at dat mar goed gaat disse week" alsdus Paul Foekema (trompet)
 
Handen omhoog.
 
Op het bekende tandvlees en op karakter werd nog een nachtelijke tocht door het centrum van Kurobe gemaakt om zodoende de plaatselijke horeca te verkennen. "Henny Huisman het warskynluk Japans bloed, want in alle kroegen hest hier fan die karaoke feesten” aldus Foppe Drijfhout van de kinderwagen met grote trom.
Zaterdag 19 augustus kreeg de dakkapel de eer om onze Sneeker Burgemeester muzikaal te ondersteunen tijdens de opening van de festiviteiten ter gelegenheid van de 30 jarige vriendschapsbanden tussen Sneek en Kurobe.

De beide partijen / steden waren goed te herkennen, rood wit blauw met geel zwart voor Sneek en Roze voor Kurobe. Dhr. Hartkamp strak in het pak, de Dakkapel in de bekende Friesche kielen, maar alle Japanse raadsleden en B&W in bijzonder roze. De verleiding voor de kapel was dan ook groot om in het prachtige museum het nummer "The Pink Panther" te spelen. Maar bij zo'n ceremonieel gebeuren leek het nummer "Wilhelm Tell" meer gepast.
 
In de hal van het hotel.
 
Na een kleine versnapering en een drankje (koffie) werd er zeer uitgebreid gerepeteerd met de Sakurai High School band en de Blauhúster Dakkapel om samen het nummer Sukyaki te brengen. Dit nummer is het Japanse "Woanskip". Eppo (de gediplomeerde tweede bordjesman van de kapel) zorgde tijdens de repetities voor veel hilariteit door de Japanse teksten uit te proberen op de leden van de High Schoolband.

De jonge leden van dit orkest, zijn normaal een redelijk strak regime gewend en konden nu met een brede glimlach, o.l.v. Kees van den Akker (Dirigent van de Dakkapel) op een ontspannen manier repeteren met de Dakkapel alsof het een grote familie was. "ik weet nou hoe ik het voortaan bij de repetities aan moet pakken bij de dakkapel" aldus Kees. "er heersen hier nogal strakke wormen en maden (normen en waarden)" aldus Jelle Munniksma van de kleine trom.
 
Tokyo by night.
 
Snel aanpassen is voor de Dakkapel niet vreemd, in muzikaal opzicht dan, want al na anderhalf keer het nummer doorspelen waren de beide orkesten een geoliede machine en dus rijp voor de uitvoering. Hierna werd de tussenliggende tijd (ca. 4,5 uur) benut om de gigantische tentoonstelling, welke voornamelijk over Sneek ging, te kunnen bezoeken. "kiek, een boek over ut skûtsjesilen, der staat Yme v/d Meer met sien kop op de foarpagina" aldus Jack Silvius, de trompettist.

Na lang wachten, met een maaltijd en een drankje tussendoor was het dan eindelijk zo ver dat de show in de grote en fraaie concertzaal kon beginnen. De spits werd afgebeten door de High Schoolband met ca. 6 nummers, van Japans tot Bigbandwerken. Daarop volgde een interview met Kees van den Akker en de dirigent van het Japanse orkest. De Blauhúster Dakkapel werd op "De Kast" achtige manieren binnengehaald in de zaal. Nu was het dan zo ver dat het gezamenlijke nummer Sukyaki werd gebracht, het publiek vond dit prachtig. De pauze brak aan en de kapel bereide zich voor op het geplande optreden van ca. 45 minuten.
 
 
 
solo
Eerst nog een interview met Frank van den Berg over de Kapel etc., om eens goed uit te testen waar, qua humor, de pijngrens in Japan ligt, hadden de bandleden het eerste onverwachte grapje al voor de Japanners bedacht (de organisatie wist hier niets van). Na de pauze werd namelijk eerst een interview gehouden met twee mensen van de Dakkapel. Op het enorme podium verschenen Frank van den Berg en Theo Brens, direct kwamen de interviewster en de tolk er bij staan om het e.e.a. te vragen c.q. te vertalen, wat niemand wist gebeurde.

Terwijl Frank de eerste vragen beantwoord beginnen bij Theo de zenuwen (zgn.) op te spelen, hij stuitert op het podium en laat zich met een harde doffe klap flauwvallen op het grote toneel. Direct komen er enkele kapel-leden van achter de coulissen aanrennen en voeren hem slepend af. Het publiek vond het allemaal prachtig. De trend was gezet. Intussen waren de Sneeker Burgemeester en z'n vrouw met het gehele gevolg plaatsgenomen in de zaal.
 
een kijkje vanaf het podium.
 
 De Sakurai junior high school band
 
De gehele dakkapel komt onder luid applaus het toneel op en het geweld barstte los. Al snel veranderde het optreden in een soort feest a la, Night of the Proms. De Japanse bordjes van Fokko (die om andere verplichtingen helaas niet mee kon) werden door de Japanse bezoekers enthousiast ontvangen en niemand van het publiek weigerde deel te nemen aan het zakken, springen, juichen, stilte, handen omhoog, bewegen enz.

Na drie kwartier concerteren van ons "Friesch Orkest" verlieten de inmiddels dorstige en zwaar bezwete bandleden het podium om verderop in het gebouw onder luid gejuich van onze Japanse fans, stickers en handtekeningen uit te delen. Snel naar het hotel, opfrissen, eten (5 gangen) en er werd toegeleefd naar het volgende optreden, die avond trad de kapel op bij het strand van Kurobe (het starteiland, qua sfeer gelijk) om het Ikuji Esisu Festival muzikaal op te luisteren.
 
Optreden op het strand.
 
Ca. drie kwartier werd in de avondschemering op het strand aan de Japanse zee gespeeld voor een uitzinnige menigte van ca. 25.000 mensen. En ook hier deed iedereen mee, Eppo had intussen hulp van twee in speciale kimono gestoken gemeente-Japanners die aan de zijkanten het publiek opzweepten om mee te doen, het leek Thialf wel. Voor de Blauhúster Dakkapel werd de trip intussen een sprookje uit duizend en één nacht. "Ik woe wol stjérre hjir op it strân, sa moai" aldus Bernlef Kornelis de voorzitter en trompettist. Schijnwerpers, alles was afgezet voor de kapel, het bier (in het ijs) stond al weer klaar, alles was weer tot in de puntjes geregeld om het optreden zo perfect mogelijk te organiseren.

Na het laatste nummer van de dakkapel, de meeste Japanners herkennen de westerse nummers goed door de karaoke sfeer, werd massaal geroepen om "ancore" (vermoedelijk fout gespeld) dus om een toegift. "Ik docht dat se wuden dat we wat gingen zingen, een koor" aldus Harm Silvius trompettist.
Uiteraard speelde de Dakkapel nog twee nummers. Voor Siebolt Hartkamp was het een duidelijk zichtbaar genot op deze avond de kapel te horen en mee te kunnen swingen. "Ik vind het mooi om dit orkest te zien en te horen waar ze het beste in zijn, namelijk feest- en muziek maken" aldus de enthousiaste burgervader en zijn vrouw. Daarna volgde een soort vlootschouw van Japanse vissersschepen voor de kust langs.

Alle schepen zijn fraai versierd en verlicht. Hierna volgde het spectaculaire- en beroemde vuurwerk, wat vanaf twee schepen, die ca. 300 mtr. uit de kust liggen, wordt afgestoken. Alsof het niets is, wordt er ca. 45 minuten lang een steeds groter wordend spektakel de lucht ingeschoten. Het eindsaluut, ca. 680 decibel, is tevens de aankondiging voor de feesten in de smalle straatjes van het havengebied. Het werd een oriëntale avondmarkt vol met geur en kleur. Omstreeks 10:30 uur keerde de dakkapel terug naar het hotel en konden de diverse einzelgangers zich weer verlustigen in het karaoke-nachtleven en kregen enkele bandleden een contract en bier aangeboden om zich te ontwikkelen tot solozangers.
 
Frank met ut Japanse bordje.
 
Zondag 20 augustus werd weer een andere bijzondere dag. De kapel kreeg een site seeing tour rond Kurobe aangeboden en werd vergezeld door een 14 tal jonge dames van Highschool welke Engels studeerden. Alle activiteiten waren wederom strak gepland, dus op het tijdstip dat een haan net wakker wordt zaten de bandleden al weer in de bus, het werden zo langzamerhand echte diehards. Opvallend was wel de summiere kennis van de Engelse omgangstaal bij deze Japanse schonen. Het bleek dat er maar weinig Japanse jongens zich opgeven voor de Engelse studie, vandaar de dames.
Met een ploegje of de plaat.
 
O.l.v. Nobu en Reiko, twee gidsen van de gemeente Kurobe beleven de leden opnieuw een perfect geplande dag langs o.a.; De Kurobe Dam, een boedistische Tempel, een museum, een bier-restaurant en het strand werden aangedaan. Een gedeelte van de band ging zwemmen in de Japanse zee, sommigen lagen als vette zeehonden (door alle prima diners) op het strand te luieren.
Theo, Lieuwe, Yme en Jan vroegen ergens waar ze konden waterskiën. Met stomheid geslagen bleek al snel dat Theo de vraag had voorgelegd aan de toevallig passerende beroemde Japanse kunstschilder Hadji.

Enthousiast en wederom zeer gastvrij nodigde hij de vier bandleden uit om in zijn speedboot van een metertje of 8, met 400 pk V6 moter een rondje te varen. Zijn bloedmooie Roemeense vriendin voer ook mee. Er werden van het strand nog eens drie mooie Roemeense meiden opgetrommeld en het laagvliegen over de Japanse zee kon beginnen. Bij terugkomst van de luxe speedboot in de haven wist de Japanse Gids van de dakkapel niet wat hij zag en de beste man heeft de rest van de dag met een "big smile" op z'n gezicht rondgelopen. "dit gelove se thus nooit" aldus Anton Silvius, de 2e percussionist. Terug aangekomen bij het hotel werden er weer de nodige vriendelijkheden en kado's uitgewisseld.
 
 
bij de Japanse Tempels.
 
's-Avonds kwam voor de bandleden eigenlijk het meest aparte en speciale moment. Want men had een echt, traditioneel Japans diner voor de band geregeld in een speciaal restaurant. Schoenen uit, buigen of barsten, en op "schone" sokken de eetzaal in. Zitten op de rietmatvloer wordt er een hele avond gegeten, gedronken, gepraat enz. enz. De meest exotische groenten en vissoorten passeren de revue. Alles wordt prachtig opgemaakt en door Japanse dames in kledendracht opgediend. Door de soms bijzondere opmaak van de gerechten raakten sommige bandleden danig in de war. "toe juh, do must dien waxinelichtje niet opete" riep Jan Bons tegen Bernlef toen die zijn nagerecht zat te proeven.

Ook hier was het weer inschenken bij de buurman en onze Japanse vrienden wisten weer van geen ophouden. Voor enkele van de zwaargewichten (lees smulrollen) van de kapel was het een hele opgave om de voeten in de kleermakerszit te krijgen en te houden. Naarmate de avond vorderde werden de spieren soepeler en contacten met de gastheren losser en losser, banzai, banzai, banzai (hoera) klonk het en alle drempels verdwenen als sneeuw voor de rijzende zon. Idzard (uit Oudehaske) kreeg zowaar een baan als onderwijzer bij de gemeente (reiniging) aangeboden. Uiteindelijk kwam men met stukjes pizza aan, want stel je voor dat de Hollandse vrienden niet genoeg gegeten hebben. Kortom, een Japanse avond om nooit te vergeten met één kernwoord "kanpai" (proost).
 
Idzard + Anton. (Sen.+Jun.)
 
Maandag 21 augustus, werd het tijd om afscheid te nemen van de gidsen Nobu en Reiko. De bandleden vonden dat ze ontzettend verwend waren en dus werden ze hartelijk bedankt. Bij dit afscheid kregen alle leden nog eens een keurige map met alle gemaakte foto's en kopieën van de plaatselijke kranten waarin de Dakkapel was vermeld met foto en al. De reis naar Tokyo was weer begonnen met twee chauffeurs en een reisleider (dit was weer Franky-San). In de file staan is in Nederland al geen pretje, maar in en rond Tokyo is het een ware attractie.

Tegen 17:00 uur kwam de bus aan in Tokyo en tegen 20:00 uur stapten de heren pas uit bij het hotel. Tokyo is met zijn 12 miljoen inwoners bepaald geen stad om even tijdens de avondspits doorheen te scheuren. Het hotel was nog weer groter en duurder dan alle eerdere slaapgelegenheden, een 7-gangen diner, zwembaden, een magnifiek uitzicht op deze wereldstad. Dit grootste en duurste hotel van Tokyo heeft 30 verdiepingen, 2480 suites, kost ca. 735,- per nacht, bracht de Blauhuster Dakkapel nu toch wel in verlegenheid en de heren vielen later die avond, diep onder de indruk heerlijk in slaap.

Dinsdag 22 augustus, deze "vrije" dag werd door de organisatie benut om de Hollanders eens goed kennis te laten maken met de Metropool Tokyo. De Rainbowbridge, Tokyo Tower (333 mtr. hoge Eifeltoren-kopie) Het Imperial Palace Plaza, De Sensoji Tempel (de oudste Tempel in Tokyo), Eten bij de Toh-Ten-Koh een 5-gangen Chinese lunch, de Akihabara Radio Centre. Ook de "Abbega" van Tokyo, een gedeelte van het centrum waar uitsluitend computers en aanverwante artikelen te koop zijn, dit gebied is ongeveer net zo groot als vier keer het centrum van Sneek. "ik ken geen computer meer sien, hoefeul megabijt hewwe se hier wel niet, ik krij der een hadde skijf fan" aldus Jelle. Niets was hen te dol om vooral ook die dag weer de gasten een zo prettig mogelijk verblijf te gunnen. Dit alles weer onder de bezielende leiding van onze gids en toeverlaat Franky-San. 's-avonds weer een veel te veel gangen diner met weer andere hapjes en snapjes.
 
Tokyo Tower by night.
 
Als dank voor het aangenaam verpozen heeft de dakkapel bij het immense hotel nog een serenade voor de deur gegeven op het plein met de terrassen. Veel glimlachende gezichten en half Tokyo stond op de diverse roltrappen en verdiepingen even stil bij de bijzondere sound van het Friesche orkest in het land van de onbegrensde vriendelijkheden.

De fotograferende en meeklappende mensen gaven de bandleden weer de nodige stof tot napraten. "ja jongens, deze trip loopt ten einde, su moai krije we ut nooit weer, en thus gelove su ons noait" was het commentaar van Nico Silvius. Inderdaad, hier zijn geen woorden voor, of toch wel? "Kampai" het Japanse woord voor proost of "Choka" = al het goede, of "Arrigato Japan" = dank U wel Japan.
 
Yokohama Japan.
 


 

Philipsburg Sint Maarten (N.A.) oktober 2004.

Caribean Tour.

Voor de 3e keer (1993, 1996 en 2004)  heeft de Dakkapel een trip gemaakt naar het zonovergoten en fantastische Caribische eiland Sint Maarten. Op uitnodiging van diverse plaatselijke middenstanders reisde het orkest op 16 oktober 2004 af voor een 10-daagse trip. Voor het reisverslag (door Matthie Silvius) en foto's (door div.) zie hier onder.





 
SE SPEULE DE KOKOSNOATEN ÚT DE PALMEN NAAR BENEDEN…..!
Dagboek verslag van de Blauhúster Dakkapel tijdens hun 3e St.Maarten trip.
 
Zaterdag 16 oktober 2004.
Nico veegt de stoep: straks komt de bus voorrijden om de ploeg naar Schiphol te vervoeren en Fokko wil een paar filmopnames maken van het vertrek, dus geen rotzooi voor de lens a.u.b.….
Na het uitzwaaien komen we niet verder dan de hoek van de straat: de buschauffeur tracht na acht keer heen-en-terug en met koortsachtig geschakel de bocht te nemen, maar helaas! Eén van de achterblijvende dames had haar auto zó geparkeerd, dat een soepel vertrek van de heren muzikanten schier onmogelijk werd gemaakt.

Uiteindelijk lukt het toch en met het zweet op het chauffeurshoofd gaan we richting Schiphol. Tijdens deze rit krijgen we een voorproefje van onze tropische bestemming: er wordt een videofilm gedraaid van de vorige St.Maarten-trips: zonnige en kleurrijke beelden van de Pearl of the Ocean en haar Koninginnefeesten lachen ons tegemoet en we krijgen er ontzettend veel zin in allemaal.
 

Eenmaal op Schiphol beland gaan we inchecken: dit is een hele klus, want alle instrumenten en kinderwagen met bijbehorende kisten blijken zóveel gewicht te veroorzaken voor de Boeïng 747-400, dat ze bang zijn dat-ie de lucht niet inkomt: de meerkosten gaan Euro 1950,= bedragen…….
Normaal mag je 20 kg. bagage meenemen, maar op St.Maarten heeft de mens niet zoveel om het lijf’ en dus wordt alle handbagage van 10 kg.pp. (waar niemand aan toekomt) verrekend met het totaal en zo ontstaat voor ons een veel voordeliger rekensommetje: met de uiteindelijke kosten van Euro 350,= lichter krijgt de piloot het toestel tenslotte toch van de grond en zitten de 17 Blauhúster muzikanten met 5 partners tezamen met nog 400 passagiers hoog en droog in de lucht voor een vlucht van 9 uren.
Het weer was helder: we vliegen over Engeland en zien Ierland liggen en dan: de oceaan met zijn vele kilometers grijsblauw water en……mogelijk ook haaien (dit laatste is van belang voor de schijtlijsters onder ons).
De enige turbulentie die we vernamen onderweg kwam van een steward, die vond dat het borreluurtje wat te lang ging duren daarboven.
 
 
Eenmaal geland ging de deur van het vliegtuig open en een warme walm woei ons tegemoet: alle kleren voelden meteen aan als ‘te veel’. We werden door de organisatie welkom geheten en met diverse landrovers naar onze hotels toegebracht. De echte-paren onder ons gingen naar de suites van het Holland House en de einzelgangers naar de slaapzalen van het Sea Palace Hotel: beide aan de nieuwe boulevard, zo’n 200 mtr. van elkaar.

Na een beetje gesetteld te zijn, kregen we om 17.30 uur plaatselijke tijd (in Nederland is het dan 23.30 uur) een welkomstdrankje aangeboden bij de Beach Bar aan de St.Rose Arcade. Hier spraken we met de mensen van de organisatie van het Oktober-feest o.a. Michel Soons en Dennys Goossens van The Mongoose Gang en natuurlijk met Herman vd.Berg: broer van Frank onze trombonist. Het werd beregezellig met veel bier en pizza!
 
 
Zondag 17 oktober.
In het Holland House nuttigden we elke ochtend het ontbijt, tezamen met onze muzikanten van Sea Palace. Onder een grote veranda met vele ventilatoren boven ons hoofd en vrij uitzicht over de azuurblauwe oceaan (ja echt: het water is net zo blauw als de ansichtkaarten ons doen geloven; en kraakhelder!) bespraken we met zijn allen de plannen voor de komende dag en wat ervan de kapel werd verwacht. Ondertussen werden we al smullend gestoken door de plaatselijke muskieten die ook honger hadden. Heftig krabbend doken de dames de eerste-de-beste drogisterij binnen om een anti-muskietenspray en dat werkte gelukkig.
 
 
’s Middags om 13.00 uur vonden op Divi Little Bay de opnames plaats door een Amerikaanse tv.ploeg van de verrichtingen van de sterkste en zwaarste mannen ter wereld. Hier zou de Blauhúster ook acte de présence geven: ik weet niet wie er meer gezweet hebben op dit allerheetste moment van de dag:

De Nederlandse heren; Jarno Hams, Simon Sulaiman, Edwin Hakvoort en Dave Mossing (onze held Wout Zijlstra was helaas door een belessure afwezig) die gewichten tot 100 kg. over een deurkozijn heen moesten zwaaien of de muzikanten van de Dakkapel – feit is wel dat hier haast boven- menselijke inspanningen werden geleverd bij een temperatuur van boven de 30 graden celsius: bloody hot, dus echt Heinekenweer.
 
Eenmaal terug op de boulevard bij de Sint Rose Arcade kwam de Antilliaanse minister-president Etienne Ys voorbij: hij was erg onder de indruk van de muziek van de Blauhúster Dakkapel en nodigde hen meteen uit voor het komende carnaval op Curaçao.
 
Maandag 18 oktober.
Overdag vrij programma, dus er werden jetski’s gehuurd om ons te vermaken in deze hitte. Slagwerker Jan heeft wel aardig gevoel voor ritme, maar het besturen van zo’n ding was wel even wat anders: rakelings scheerde hij langs trompettist Paul die zijn baantjes in het blauwe water trok…….heftig geschrokken riep hij de hulp in van de BayWatch: ‘Help! He wants to kill me!’
 
Bij het inleveren van de jetski even later werd Janneman dus zoals verwacht: “Stiif skolden”. Een andere ploeg had een auto gehuurd en ging naar het Franse deel van het eiland. Daar troffen ze ene ‘James-and-his-Rasta-band’ aan welke de sfeer er aardig in had bij het publiek. Onze trompettist Harm werd als gastspeler nog even deelgenoot van hun sukses. ’s Avonds werden we uitgenodigd voor een uitgebreide barbecue bij Chris: importeur van Karlsberg en Presidentbier. Chris woont halverwege een berg, met veel groen en een prachtig zwembad. Alle mensen van de organisatie die ons hadden uitgenodigd waren van de partij en zo konden we uitgebreid kennismaken met hen.
 
 
Het werd een beregezellige avond, en mede door de beschutte ligging daar tegen de bergwand hebben vele buren van de muziek van de Blauhústers kunnen genieten: de akoestiek was geweldig! Het leek wel of Lieuwe de bassist een grote subwoofer in zijn kelk had zitten: zo’n power had-ie. De importeur van het gele gerstenat liet ons natuurlijk niet uitdrogen en sloeg tot 3 keer aan toe een nieuw vat bier aan. Helaas kon trompettist Theo (lees ook: de Clown) hiermee zijn grote dorst nog niet voldoende lessen: tijdens het trompetspelen sprong ie met trompet- en-al in het verlokkende blauw van het zwembad…….maarrrrr, deze stunt zou hem zuur opbreken.
 
Dinsdag 19 oktober.
Theo heeft last van zijn keel; is naar een medicijnman geweest, die hem adviseerde 4 jonge sprinkhanen door te slikken met een VooDoo citroencocktail. ’s Avonds naar een paar sjieke hotels geweest met veel marmer en glitter: in de tropische tuin van het eerste hotel zwommen de gasten in het verlichte zwembad toen de Blauhústers arriveerden met hun muziek. Enkele gasten zaten op betonnen barkrukken In het zelfde bad, maar konden al snel niet meer stilzitten: in een sprookjes-achtige ambiance begonnen de gasten te dansen en te swingen. Serveersters kwamen aanlopen met kleurrijke tropische cocktails: jammie!!
 
In de lounge van het tweede hotel (Happy Houre) werden de gasten eveneens getrakteerd op een muzikale serie: hier lagen de reclamefoldertjes al klaar met de aankondiging voor de oktoberfeesten welke de kapel zou opluisteren. In de bijbehorende hoteltuin klonk een vreemd piepend geluid: zou dit de Polivinario zijn, of misschien de Roepie-Roepie, waar Toon Hermans het over had? Navraag leerde ons dat dit de tropische kikkers waren die (k)waakten….
 
Eenmaal de straat overgestoken kwamen we in het Casino van meneer Spadaro. Hier geldt geen legitimatieplicht zoals in Nederland: op St.Maarten kun je zó het Casino binnenlopen en zo mogelijk met kinderwagen en trom ook nog muziek maken, maar de gamblers mochten ‘not too excited’ worden, dus na verloop van tijd gingen we weer richting eigen hotel: Theo moest ook nodig naar bed met zijn strotje.
Woensdag 20 oktober.
Bij het verrukkelijke ontbijt op onze veranda zagen we ze al liggen: 4 luxe cruise-schepen aan de nieuwe pier en de 5e lag voor anker in de oceaan. Watertaxi’s voeren af en aan om de passagiers aan land te brengen. Na het ontbijt kregen we een rondleiding op de pier met uitleg door de organisatie. Alles was zeer goed beveiligd: alleen met een pasje kwam je in de haven, want op de meeste cruiseschepen zitten Amerikanen en na de beruchte 11e sept. nemen ze geen enkel risico meer: de security-boys houden met honden de wacht. In gezelschap van de organisatie – onder wiens bewind deze pier en haven zijn aangelegd – werden wij in de gelegenheid gesteld deze cruiseschepen van nabij te bewonderen. Het leek wel Manhattan, oftewel we liepen midden tussen de Furmerusflats in: zó hoog! De schepen waren gemiddeld zo’n 200 mtr. lang en vervoerden 2000 – 3500 passagiers die een Islandtour maakten.
 
 
Het ‘liggeld’ bedraagt $ 4000.=/dag en toeristenbelasting $ 5.= p.p. Een simpel rekensommetje maakt duidelijk dat het op een dag als deze met 12.500 passagiers een slordige $ 80.000.= oplevert voor de plaatselijke economie! Natuurlijk meren niet alle dagen zoveel cruiseschepen af, maar de plannen voor een 2e pier zijn reeds in de maak. Deze woensdag is de openingsdag voor de oktoberfeesten: het uiteindelijke evenement op de Sint Rose Arcade aan de nieuwe boulevard, waarvoor de Blauhúster Dakkapel is ingehuurd. De bedoeling is dat de kapel vanaf een strandboot afmeert aan het strand en boulevard om zo de opening extra luister bij te zetten.

Alvorens het zover komt vaart de boot langs de laatste cruiseschepen die aanstalten maken om te vertrekken: ’s nachts liggen er geen cruiseschepen voor anker. Op de klanken van de Dakkapel zien we de balkonnetjes volstromen met mensen; ook de bovendekken lopen vol en de passagiers klappen en joelen mee met de muziek. Als de boot terugkeert bij de snel invallende duisternis klinkt het applaus van de duizenden passagiers nog indrukwekkend na boven een kalme zee….
 
Als de commissaris voor toerisme Theodore Heyliger het oktoberfeest heeft geopend en daarmee de start geeft voor het nieuwe toeristenseizoen laat de boot met de kapel aan boord zijn voorklep zakken op het strand en dan kan het feest beginnen: lange rijen tafels en stoelen vormen het dekôr van dit oktobergebeuren in traditionele Duitse stijl. Mensen van de Mongoos organisatie zijn gekleed in lederhosen met hoed en tiroler jurkjes: er is ‘sauerkraut mit bratwurst’ en veel bier. Speciaal voor de muzikanten hebben ze Wiener Schnitzels gebakken zo groot als deurmatten en ze smaken ‘herrlich’.

Als de Dakkapel begint te spelen en het publiek massaal toestroomt springt een plaatselijke fan van de Dakkapel bovenop de rij tafels………Nazma (zo heet ze) danst de sterren van de hemel. Plotseling vergeet onze eigen clown Theo zijn pijnlijke keel en ondanks zijn anti-bioticakuur klautert hij vervolgens ook op de tafel met zijn trompet: in een spektaculaire combinatie van exotische dans op duitse tafels in friese vlaggenkiel brengen ze het publiek in tropische extase……de avond kan dan al niet meer stuk en afgewisseld met de discjockey wordt het een muzikale happening van jewelste, al ligt Theo wel als eerste in bed…..
 
 
 
Donderdag 21 oktober.
De mannen van het Sea Palace Hotel slapen met zijn allen in 2 grote kamers, op dubbele bedden. Er ontstaat een hechte gemeenschap. Sommigen liggen al lepeltje/lepeltje. De airco staat de hele nacht aan, anders is het te warm om te slapen.
Jan vergat een aantal keren ’s nachts zijn mobiele telef. uit te zetten (tijdsverschil met Nederland is 6 uren later) en dit wordt hem niet in dank afgenomen. Zo ook deze ochtend…..nog in adamskostuum neemt Jan op en loopt voor een betere ontvangst het balkon op…..meteen sprint Paul achter hem aan en draait de deur op slot. Eppo roept om hulp vanuit het raam en vanaf de boulevard blikken de verbaasde voorbijgangers omhoog naar deze ludieke balkonscène. Jan klautert uiteindelijk via het keukenraam naar een veiliger plek en belooft voortaan zijn mobieltje uit te zetten voor de nacht.
 
 
Elke ochtend vroeg gaan we met zijn allen zwemmen in het heerlijke zeewater met een temperatuur van zo’n 28 graden, m.u.v. de voorzitter Bernlef Kornelis (bijnaam Joets)die pas na het middaguur zijn hachje aan het water toevertrouwt. Vandaag wordt ie 60 jaar: met zijn allen feliciteren we zijn ‘goddelijk lichaam’ zoals hij zichzelf omschrijft. Om 17.00 uur moet de kapel weer paraat zijn om de 2e dag van de oktoberfeesten muzikaal bij te staan. Het regent vandaag af en toe pijpestelen, maar net zo snel als een bui opkomt, verdwijnt ze ook weer. De temperatuur blijft onveranderlijk tropisch: 32 graden tot middernacht aan toe.
 
Onder de korridor op de St.Rose Arcade sta je droog en de muziek klinkt er enorm: het toegestroomde publiek (vandaag wel iets minder dan gister) dat onder diverse parasols staat te schuilen, swingt evenwel vrolijk mee op de maat van de muziek. Dan verschijnt volgens een van de dames “James” van de rastaband. Voor de beste man het in de gaten heeft drukt Harm hem een trompet in z’n handen voor een gastoptreden. Nu blijkt het misverstand: het is James helemaal niet, maar desondanks weet ie toch nog het couplet van ‘Oh Island in the sun’ uit het instrument te persen, wat hem een ovationeel applaus oplevert.
 
Vrijdag 22 oktober.
Het lijkt net of ze altijd binnenpretjes heeft: de rondborstige bruine serveerster met de “golden lipstick”. ‘How do you like your eggs this morning?’ is steevast haar vraag voor het ontbijt en de mannen met partners hebben het liefst “The sunny side up”. “Did you have a kiss from the sun today” vraagt Bernlef en ze lacht. Omdat ze de vorige avond naar de muziek is komen luisteren zegt Bernlef nog, dat ze wel in de hemel komt, maar liefst nog niet ‘Today’…… De mannen bereiden zich vandaag goed voor: dwz. ze houden zich rustig: er wordt veel publiek verwacht en dan moet je goed beslagen ten ijs komen.
 
Rustig strijken ze neer op een picknickbankje onder de palmbomen. Ernaast pruttelt een pan met kokend water op een vuurtje. Even later wordt daar een levende kreeft in gegooid: het beest spartelt tegen met alle poten en tentakels die het heeft……een uur later spartelt ie nog: zo gaat dat hier. Van smaakpolitie heeft nog nooit iemand gehoord.
’s Avonds zijn ze er weer klaar voor: Nico (tubaïst en inzetter) bouwt de ene muzikale serie na de andere op en het publiek reageert enthousiast. Dan ineens klinkt een oorverdovend lawaai. We denken aan een immens noodweer: als hier geen orkanen komen dan regent het bij tijd en wijle enorm!

Al het publiek schaart zich vanaf de Arcade naar de boulevard: daar staat het ‘noodweer’: de Soualouiga Jump Up Brass Band van St.Maarten presenteert zich. Heel veel ritme en weinig melodie, maar wel imposant. De één na de ander van de band springt ervoor en zweept het ritme nog eens extra op: over zuidelijk temperament gesproken…..wauw!! Bernlef staat er gelaten bij met zijn armen gekruist voor zijn borst, trompet in de hand. Komt superfan Nazma om de hoek: “Look at Joets, he is too serious”. Als we later tegen Eugène zeggen dat we het wel een beetje jammer vinden dat we de saxofoons en trombônes bijna niet hoorden, zegt ie laconiek: “Dat komt door de wind”.
 
 
Eugène blijkt trouwens toch een beetje een ’noughty boy’: hij heeft 6 dochters en piekert erover te gaan scheiden van zijn vrouw. Dat doe je toch niet als je 6 dochters hebt is onze reactie, ‘oh maar ik heb 4 vrouwen, ik hou nog genoeg over’ is het antwoord. Zo gaat dat op St.Maarten: mannen hebben vaak meerdere vrouwen en vrouwen hebben vaak kinderen van meerdere mannen……. Samen met de Soualouiga Jump Up Band speelde de Dakkapel nog een aantal nummers op de boulevard: ze speelden de kokosnoten uit de palmen naar beneden……  
 
 
Zaterdag 23 oktober.
Vanaf de veranda zagen we ze al aankomen: De Tokkies van de kapel: Fokko en Eppo melden zich voor het ontbijt. De vorige avond hebben ze zich in hun keukentje uitgesloofd om eieren te bakken voor zichzelf en de rest en even zo vrolijk beginnen ze nu alweer aan hun scrambled eggs en omelet: die kunnen niet stuk. Vandaag zetten we koers naar de SunSet Bar: een sfeervol plekje voor vliegtuigspotters. Onder het genot van de heerlijkste cocktails zie je de toestellen al van ver over de oceaan aankomen en dan soms rakelings overvliegen. Dit alles in de openlucht met op de achtergrond de speakers van de verkeerstoren. Zo weten we dat vandaag de grote Boeïng 747 van de KLM moet gaan landen, maar er staat een harde wind.
 
Een vliegtuig van Air France heeft nog zoveel snelheid tijdens de daling, dat ie vlak voor het raken van de landingsbaan een doorstart moet maken anders staat ie niet op tijd stil voor de berg aan het eind van de baan. We zijn nu wel erg benieuwd naar de grote KLM kist, maar we krijgen te horen dat deze vlucht is uitgesteld, vanwege de harde wind: misschien morgen. Een half uur later landt uiteindelijk veilig en wel het toestel van Air France, ze is een slagje kleiner dan de Boeïng 747. Nergens ter wereld maak je dit van zó nabij mee.

Een taxibusje brengt ons weer terug naar ons hotel: je moet oppassen met wat je zegt hier op St.Maarten: de meeste mensen spreken engels, maar kunnen goed Nederlands verstaan. Zo ook de taxichauffeur. Ons gezelschap blinkt na een week samenzijn niet echt uit in cultureel diepgaande gesprekken, dat waardeert de chauffeur ten zeerste: ‘People always talk about the sun, the moon and the weather in my car: but I like you guys: you’re talking dirty!
 
 
’s Avonds is het de afsluiting van de oktoberfeesten wederom op de St.Rose Arcade.
Er werd gezongen, gemusiceerd en gedanst: 2 bloedmooie donkere dames werden beurtelings door Fokko en Eppo naar voren gehaald…..en dànsen dat ze deden! De ene had een rimpelrokje aan en wiegde met haar heupen dat het een lieve lust was: de heren muzikanten hadden er duidelijk plezier in. Trompettist Paul kon zich niet langer bedwingen en ging plat op de grond verder liggen blazen…. vlakbij het wiegende rokje had hij het mooiste vergezicht.
Toen de getrouwde stellen eenmaal op bed waren, hoorden ze in de verte het “Il Silencio” klinken. Het bleek dat de ‘vrije’trompettisten’ een serenade brachten aan de boulevardzijde van het Holland House, in de veronderstelling dat de stellen wel op het balkon zouden verschijnen. Na een vermanende toespraak van de nachtwaker, kwamen ze erachter dat ze aan de andere zijde van het hotel hadden moeten zijn…..
 
Zondag 24 oktober.
Vandaag staat de kapel nu eens niet in de kranten: ze hebben The Daily Herald al gehaald en de Today, maar vandaag is het zondag. Hier dragen de kinderen nog echt zondagse jurkjes en de plaatselijke bevolking is op hun best gekleed en gaat naar kerk. Het is een vrolijke boel daar in het Methodistenkerkje: er wordt gezongen dat het een lieve lust is. ’s Avonds is er een sponsoravond georganiseerd: of de Blauhúster Dakkapel deze wel even wil opluisteren…..tegen een sponsor van zo’n Sint Maartentrip zeg je natuurlijk geen ‘nee’ dus wederom naar de Beach Bar op de St.Rose Arcade.
 
 
Na 4 avonden te hebben geblazen van 17.00 tot 24.00 uur is dit een makkie: van 17.00 tot 19.00 uur gezellig samenzijn met organisatoren, sponsors en muzikanten. De sfeer zat er al snel weer in en de handen gingen hoog op bij de melodie van: My Way – het verzoeknummer van Robby Velasquez van Bobby’s Marine – en ‘My Bonny is over the ocean’ deed het natuurlijk ook goed daar. De trouwste fan van het eiland: Nazma kwam ook nog even: ze kent het hele repertoire van Andre Hazes, maar ook de 1e CD van de Blauhúster. Stapelgek is ze van Sweet Caroline en Malle Babbe en Fokko leerde haar het liedje van vrouw Haverkamp uit het hoofd.....
Later op de avond speelde er verderop aan de boulevard een plaatselijk orkestje en vele van ons gingen ernaartoe. Het werd nog beregezellig met vele herkenbare oude nummers uit de 60ties en 70ties. Zelfs dirigent: muheer Kees van den Akker die normaal altijd nuchter blijft, dronk bier en ging dansen: dat zegt wat voor de ploeg! En het werd later en later………..
Maandag 25 oktober.
De laatste hele dag op St.Maarten: zo’n trip naar de zon vliegt snel voorbij als je je goed vermaakt.
De laatste souvenirs worden gekocht voor het thuisfront (anders mogen we nooit meer weg) en de koffers worden gepakt. Velen kwamen afscheid nemen, waaronder Nazma. Ze knuffelt en omhelst iedereen, al zouden we haar nooit meer terugzien. Ook Dennys en Helen van de organisatie kwamen langs in Taloula Mango’s restaurant van sponsor Herman. Het werd deze avond niet laat, want morgen moeten we vliegen en leveren we 6 uren in: dat wordt een lange dag.
 
Dinsdag 16 oktober.
Het laatste ontbijt van ‘haar met de binnenpretjes’. Zoals elke morgen schijnt de zon en nu reeds begint de weemoed te werken: zouden we hier nog ooit terugkomen? Voordat we het goed en wel in de gaten hebben zijn we op het hete vliegveld aangekomen: dit is geen Schiphol, maar meer een luxe soort loods.  
 

Nog vlug even naar de SunSet Bar en ja hoor: daar komt-ie: de Boeïng 747-400 van de KLM. Oorverdovend vliegt het toestel vlak boven onze hoofden: een hele vloedgolf achter zich aanzuigend vanaf de oceaan: spannend gezicht. Na afscheid te hebben genomen van de hele organisatie die ons naar het vliegveld hebben gebracht stijgen we op voor een korte vlucht naar Curaçao: daar wordt het vliegtuig volgetankt en gaan we in één ruk door naar huis: we hebben nu al zin in snert en boerenkool......................!

Matthie Silvius


 



HomeInformatieDe ledenNieuwsLinksAudioFoto'sGastenboekBoekingenLeden inloggenSitemapAFSLUITFEEST