Tijdens een eerdere voorlichtingsbijeenkomst op het Sneeker stadhuis was door o.a. de directeur van YKK Sneek Dhr. Hjosihori, de secretaresse van de Burgemeester Gerbrig Fekken en de gemeentevoorlichter Dhr. v/d. Winden het orkest al gewezen op een belangrijk aantal Japanse gebruiken. Ook waren ze door andere eerdere Japenbezoekers gewaarschuwd voor eventueel bijzonder smakend of later opspelend voedsel, waarvan de maaltijden erg klein zouden zijn. De koffers gevuld met Friese worst, jam en kaas en andere Hollandse gerechten en niet te vergeten, wat blikjes "fris van Freddie of su" vertrokken de heren enigszins gespannen, onder het motto: "we salle het wel sien".

De mastenmaker en trombonist Yme v/d. Meer, moest op de dag van vertrek nog een IFKS-wedstrijd zeilen op het Skûtsje van Jitse Grondsma, maar arriveerde nog net op tijd op Schiphol. Na een paar blikjes vliegen (ongeveer 12 uren) zetten de friezen Donderdag 17 augustus om 14:10 uur hun voeten aan de grond op Narita airport bij Tokyo. Hier werd eigenlijk direct de toon al gezet voor een "bjusterbaarlijk" verblijf in Nippon. De mensen in Japan houden van organisatie en orde. Dus een prima gepland programma viel de Dakkapel ten deel nadat zeer georganiseerd en verbazingwekkend snel de koffers en kisten op het vliegveld klaar stonden.
Hier werd de Kapel opgevangen door een Japanse gids, welke de gehele reis niet meer van hun zijde zou wijken. Snel en handig werd het orkest mat alle kisten etc. langs de diverse rijen wachtenden en instanties geloodst om plaats te kunnen nemen in de bus, die uiteraard ook al keurig klaar stond met chauffeur en juffrouw. Na veel passen en meten wist men de kisten van bijzondere afmetingen (sousaphoon, kinderwagen etc.) ook in de bus te wurmen.
In het schitterende hotel in Tokyo aangekomen werd het (benieuwde) orkest getrakteerd op de eerste Japanse maaltijd, welke 5 gangen was, en prima in de smaak viel bij de kapel. De drie tubablazers, de broers Nico, Eppo en Idzard Silvius, verblijden de overige hotelgasten vanaf hun royale suite met de eerste Friese klanken, gevolgd door het Japanse volkslied. "De paus kust altied de grond, at ie ergens aankomt, omdat ie blij is nou, na sun flugt. Wij speule even een flieberke, wij binne ok blij dat alles goed gaan is nou" aldus Eppo.
Ut Hotel in Tokyo.
Vrijdag 18 augustus, werd het grootste gedeelte van het orkest om 's-morgens ca. 5 uur opgeschrikt door een lichte aardbeving, alles stond te trillen op de hotelkamers en dat duurde enkele tientallen seconden. Na een gigantisch ontbijt en een korte nachtrust stond er de volgende morgen een (grotere) bus klaar om het orkest, dwars door Japan, van Tokyo, aan de Pacific Ocean, naar Kurobe, aan de Japanse Zee te brengen. De trip op zich was al een belevenis omdat de route allerlei prachtige taferelen opleverde van de Japanse Alpen wat het hart van een ieder sneller laat kloppen. Bij het passeren van Nagano kon men vanuit de bus een blik (geen bier) werpen op de fraaie schaatstempel waar o.a. Ids Postma zijn gouden Olympische medaille op de 1000 meter had gewonnen. De naam en Faam van de Blauhúster Dakkapel was waarschijnlijk al doorgespeeld naar de nodige instanties, want tijdens de 6 uur durende rit werden de bandleden rijkelijk voorzien van de Japanse zustertje van Heineken, nl. Sapporo bier.
In Kurobe aangekomen stond bij het volgende klasse hotel het volledige personeel het orkest alweer netjes opgelijnd op te wachten. Er werd snel omgekleed in passend gala, waarna snel naar het stadhuis van Kurobe werd gereden. Hier viel de dakkapel van de ene verbazing in de andere. Met enig schroom en een tikkie verlegen mochten de bandleden de bus uitstappen en langs een enorme juichende, met Japanse en Nederlandse vlaggetjes wapperende menigte richting City Hal (stadhuis) lopen, alwaar het complete B&W van Kurobe de Sneeker Burgervader en moeder, samen met de Dakkapel op een hartverwarmend en welgemeend ontvangst trakteerden. Kompleet met het jeugdorkest van Kurobe. Ook de gehele gemeenteraad stond met een vlaggetje te zwaaien.
Japans vlagvertoon met Dhr. en mevrouw Hartkamp op de voorgrond.
De heren van Neerlands bekendste en meest roemruchte dweilorkest zijn wel het een en ander gewend, zou je zo zeggen, maar zo'n "koninklijke" opwachting deed zelfs de meest gelouterde bandleden even slikken. Wel was de band blij om na ongeveer twintig minuten poseren voor fotografen etc. naar binnen te mogen in het van airco voorziene stadhuis, want het was buiten ca. 38 graden en met lange broek en stropdas is dat voor de Friese jongens geen pretje. "ut floog mie bij de sokken op, sun hitte, mar skitterend nou, al die lui met vlaggen" aldus Lieuwe Nieuwland, de bassist.
Bernlef krijgt bloemen.
In het stadhuis werden alle leden van de dakkapel één voor één voorgesteld aan de notabelen van Kurobe, zo ook andersom zodat een ieder wist met wie men te maken had. De beginnende Jetlag werd al een beetje merkbaar tijdens de (gebruikelijke) ellenlange toespraken van de diverse vertegenwoordigers van beide steden en landen. De leden van de kapel wisten de ware slaapkoppen nog net op te vangen door elkaar geregeld in de zij te porren. "ik lag hast te snurken man, su doen ut eerst in ut Japans en dan wut ut vuttaald" aldus Joop Tromp (trombone).
Even voor de pers.
Na deze hartelijke ontvangst gingen de kapelleden naar het hotel om zich voor te bereiden op het eerste optreden van die avond. Japanners regelen alles tot in de kleinste details. Bij aanvang van de receptie werd elk bandlid naar de juiste plaats in de prachtige zaal geleid om gemengd plaats te nemen aan een van de vele tafels.
De gastheren en dames bleken van de plaatselijke upper-class en in de gemixte zaal bleek het al snel een zeer gezellig gebeuren te worden. Veel informatie werd uitgewisseld en het bier en de beroemde (maar gevaarlijke) Japanse Saké vloeide rijkelijk. Het is in Japan gebruikelijk om nooit zelf je glaasje bij te vullen, dat doe je bij elkaar. "ik zat naast een heule gesellige inschenkfanaat, ik hew der wel twaalf fan die glaskes saké had, ut is eigeluk meer hupsaké" aldus trompettist Theo Brens.
Kampai (proost)
Eten met stokjes, de nodige borrels met tekst en uitleg over diverse gangen viel de kapel ten deel, Japanners zijn heel toegankelijk en hulpvaardig. Het vertrouwen in het naderende optreden begon te groeiden naarmate de hapjes en drankjes werden genuttigd. Na aanvang van het eerste optreden bleek het Japanse publiek erg volgzaam, bij het nummer Hey Jude (he Sjoerd) bleken de zorgvuldig in Friesland vervaardigde bordjes met Japanse teksten, goed te werken. Iedereen de handen omhoog, en als er geen bordje van "stop" bij had gezeten, stonden ze daar nu nog.
De bordjes waren leesbaar.
De avond kon voor de kapel niet meer stuk en de spits was afgebeten, het ijs was gebroken. Als "Gasts of Honneur" mochten de bandleden als eersten, onder een hartverwarmend applaus met het nodige buigwerk de diningroom weer verlaten. "ut skoot mij gelijk in de rug met die buigerij, at dat mar goed gaat disse week" alsdus Paul Foekema (trompet)
Handen omhoog.
Op het bekende tandvlees en op karakter werd nog een nachtelijke tocht door het centrum van Kurobe gemaakt om zodoende de plaatselijke horeca te verkennen. "Henny Huisman het warskynluk Japans bloed, want in alle kroegen hest hier fan die karaoke feesten” aldus Foppe Drijfhout van de kinderwagen met grote trom.
Zaterdag 19 augustus kreeg de dakkapel de eer om onze Sneeker Burgemeester muzikaal te ondersteunen tijdens de opening van de festiviteiten ter gelegenheid van de 30 jarige vriendschapsbanden tussen Sneek en Kurobe.
De beide partijen / steden waren goed te herkennen, rood wit blauw met geel zwart voor Sneek en Roze voor Kurobe. Dhr. Hartkamp strak in het pak, de Dakkapel in de bekende Friesche kielen, maar alle Japanse raadsleden en B&W in bijzonder roze. De verleiding voor de kapel was dan ook groot om in het prachtige museum het nummer "The Pink Panther" te spelen. Maar bij zo'n ceremonieel gebeuren leek het nummer "Wilhelm Tell" meer gepast.
In de hal van het hotel.
Na een kleine versnapering en een drankje (koffie) werd er zeer uitgebreid gerepeteerd met de Sakurai High School band en de Blauhúster Dakkapel om samen het nummer Sukyaki te brengen. Dit nummer is het Japanse "Woanskip". Eppo (de gediplomeerde tweede bordjesman van de kapel) zorgde tijdens de repetities voor veel hilariteit door de Japanse teksten uit te proberen op de leden van de High Schoolband.
De jonge leden van dit orkest, zijn normaal een redelijk strak regime gewend en konden nu met een brede glimlach, o.l.v. Kees van den Akker (Dirigent van de Dakkapel) op een ontspannen manier repeteren met de Dakkapel alsof het een grote familie was. "ik weet nou hoe ik het voortaan bij de repetities aan moet pakken bij de dakkapel" aldus Kees. "er heersen hier nogal strakke wormen en maden (normen en waarden)" aldus Jelle Munniksma van de kleine trom.
Tokyo by night.
Snel aanpassen is voor de Dakkapel niet vreemd, in muzikaal opzicht dan, want al na anderhalf keer het nummer doorspelen waren de beide orkesten een geoliede machine en dus rijp voor de uitvoering. Hierna werd de tussenliggende tijd (ca. 4,5 uur) benut om de gigantische tentoonstelling, welke voornamelijk over Sneek ging, te kunnen bezoeken. "kiek, een boek over ut skûtsjesilen, der staat Yme v/d Meer met sien kop op de foarpagina" aldus Jack Silvius, de trompettist.
Na lang wachten, met een maaltijd en een drankje tussendoor was het dan eindelijk zo ver dat de show in de grote en fraaie concertzaal kon beginnen. De spits werd afgebeten door de High Schoolband met ca. 6 nummers, van Japans tot Bigbandwerken. Daarop volgde een interview met Kees van den Akker en de dirigent van het Japanse orkest. De Blauhúster Dakkapel werd op "De Kast" achtige manieren binnengehaald in de zaal. Nu was het dan zo ver dat het gezamenlijke nummer Sukyaki werd gebracht, het publiek vond dit prachtig. De pauze brak aan en de kapel bereide zich voor op het geplande optreden van ca. 45 minuten.
solo
Eerst nog een interview met Frank van den Berg over de Kapel etc., om eens goed uit te testen waar, qua humor, de pijngrens in Japan ligt, hadden de bandleden het eerste onverwachte grapje al voor de Japanners bedacht (de organisatie wist hier niets van). Na de pauze werd namelijk eerst een interview gehouden met twee mensen van de Dakkapel. Op het enorme podium verschenen Frank van den Berg en Theo Brens, direct kwamen de interviewster en de tolk er bij staan om het e.e.a. te vragen c.q. te vertalen, wat niemand wist gebeurde.
Terwijl Frank de eerste vragen beantwoord beginnen bij Theo de zenuwen (zgn.) op te spelen, hij stuitert op het podium en laat zich met een harde doffe klap flauwvallen op het grote toneel. Direct komen er enkele kapel-leden van achter de coulissen aanrennen en voeren hem slepend af. Het publiek vond het allemaal prachtig. De trend was gezet. Intussen waren de Sneeker Burgemeester en z'n vrouw met het gehele gevolg plaatsgenomen in de zaal.
een kijkje vanaf het podium.
De Sakurai junior high school band
De gehele dakkapel komt onder luid applaus het toneel op en het geweld barstte los. Al snel veranderde het optreden in een soort feest a la, Night of the Proms. De Japanse bordjes van Fokko (die om andere verplichtingen helaas niet mee kon) werden door de Japanse bezoekers enthousiast ontvangen en niemand van het publiek weigerde deel te nemen aan het zakken, springen, juichen, stilte, handen omhoog, bewegen enz.
Na drie kwartier concerteren van ons "Friesch Orkest" verlieten de inmiddels dorstige en zwaar bezwete bandleden het podium om verderop in het gebouw onder luid gejuich van onze Japanse fans, stickers en handtekeningen uit te delen. Snel naar het hotel, opfrissen, eten (5 gangen) en er werd toegeleefd naar het volgende optreden, die avond trad de kapel op bij het strand van Kurobe (het starteiland, qua sfeer gelijk) om het Ikuji Esisu Festival muzikaal op te luisteren.
Optreden op het strand.
Ca. drie kwartier werd in de avondschemering op het strand aan de Japanse zee gespeeld voor een uitzinnige menigte van ca. 25.000 mensen. En ook hier deed iedereen mee, Eppo had intussen hulp van twee in speciale kimono gestoken gemeente-Japanners die aan de zijkanten het publiek opzweepten om mee te doen, het leek Thialf wel. Voor de Blauhúster Dakkapel werd de trip intussen een sprookje uit duizend en één nacht. "Ik woe wol stjérre hjir op it strân, sa moai" aldus Bernlef Kornelis de voorzitter en trompettist. Schijnwerpers, alles was afgezet voor de kapel, het bier (in het ijs) stond al weer klaar, alles was weer tot in de puntjes geregeld om het optreden zo perfect mogelijk te organiseren.
Na het laatste nummer van de dakkapel, de meeste Japanners herkennen de westerse nummers goed door de karaoke sfeer, werd massaal geroepen om "ancore" (vermoedelijk fout gespeld) dus om een toegift. "Ik docht dat se wuden dat we wat gingen zingen, een koor" aldus Harm Silvius trompettist.
Uiteraard speelde de Dakkapel nog twee nummers. Voor Siebolt Hartkamp was het een duidelijk zichtbaar genot op deze avond de kapel te horen en mee te kunnen swingen. "Ik vind het mooi om dit orkest te zien en te horen waar ze het beste in zijn, namelijk feest- en muziek maken" aldus de enthousiaste burgervader en zijn vrouw. Daarna volgde een soort vlootschouw van Japanse vissersschepen voor de kust langs.
Alle schepen zijn fraai versierd en verlicht. Hierna volgde het spectaculaire- en beroemde vuurwerk, wat vanaf twee schepen, die ca. 300 mtr. uit de kust liggen, wordt afgestoken. Alsof het niets is, wordt er ca. 45 minuten lang een steeds groter wordend spektakel de lucht ingeschoten. Het eindsaluut, ca. 680 decibel, is tevens de aankondiging voor de feesten in de smalle straatjes van het havengebied. Het werd een oriëntale avondmarkt vol met geur en kleur. Omstreeks 10:30 uur keerde de dakkapel terug naar het hotel en konden de diverse einzelgangers zich weer verlustigen in het karaoke-nachtleven en kregen enkele bandleden een contract en bier aangeboden om zich te ontwikkelen tot solozangers.
Frank met ut Japanse bordje.
Zondag 20 augustus werd weer een andere bijzondere dag. De kapel kreeg een site seeing tour rond Kurobe aangeboden en werd vergezeld door een 14 tal jonge dames van Highschool welke Engels studeerden. Alle activiteiten waren wederom strak gepland, dus op het tijdstip dat een haan net wakker wordt zaten de bandleden al weer in de bus, het werden zo langzamerhand echte diehards. Opvallend was wel de summiere kennis van de Engelse omgangstaal bij deze Japanse schonen. Het bleek dat er maar weinig Japanse jongens zich opgeven voor de Engelse studie, vandaar de dames.
Met een ploegje of de plaat.
O.l.v. Nobu en Reiko, twee gidsen van de gemeente Kurobe beleven de leden opnieuw een perfect geplande dag langs o.a.; De Kurobe Dam, een boedistische Tempel, een museum, een bier-restaurant en het strand werden aangedaan. Een gedeelte van de band ging zwemmen in de Japanse zee, sommigen lagen als vette zeehonden (door alle prima diners) op het strand te luieren.
Theo, Lieuwe, Yme en Jan vroegen ergens waar ze konden waterskiën. Met stomheid geslagen bleek al snel dat Theo de vraag had voorgelegd aan de toevallig passerende beroemde Japanse kunstschilder Hadji.
Enthousiast en wederom zeer gastvrij nodigde hij de vier bandleden uit om in zijn speedboot van een metertje of 8, met 400 pk V6 moter een rondje te varen. Zijn bloedmooie Roemeense vriendin voer ook mee. Er werden van het strand nog eens drie mooie Roemeense meiden opgetrommeld en het laagvliegen over de Japanse zee kon beginnen. Bij terugkomst van de luxe speedboot in de haven wist de Japanse Gids van de dakkapel niet wat hij zag en de beste man heeft de rest van de dag met een "big smile" op z'n gezicht rondgelopen. "dit gelove se thus nooit" aldus Anton Silvius, de 2e percussionist. Terug aangekomen bij het hotel werden er weer de nodige vriendelijkheden en kado's uitgewisseld.
bij de Japanse Tempels.
's-Avonds kwam voor de bandleden eigenlijk het meest aparte en speciale moment. Want men had een echt, traditioneel Japans diner voor de band geregeld in een speciaal restaurant. Schoenen uit, buigen of barsten, en op "schone" sokken de eetzaal in. Zitten op de rietmatvloer wordt er een hele avond gegeten, gedronken, gepraat enz. enz. De meest exotische groenten en vissoorten passeren de revue. Alles wordt prachtig opgemaakt en door Japanse dames in kledendracht opgediend. Door de soms bijzondere opmaak van de gerechten raakten sommige bandleden danig in de war. "toe juh, do must dien waxinelichtje niet opete" riep Jan Bons tegen Bernlef toen die zijn nagerecht zat te proeven.
Ook hier was het weer inschenken bij de buurman en onze Japanse vrienden wisten weer van geen ophouden. Voor enkele van de zwaargewichten (lees smulrollen) van de kapel was het een hele opgave om de voeten in de kleermakerszit te krijgen en te houden. Naarmate de avond vorderde werden de spieren soepeler en contacten met de gastheren losser en losser, banzai, banzai, banzai (hoera) klonk het en alle drempels verdwenen als sneeuw voor de rijzende zon. Idzard (uit Oudehaske) kreeg zowaar een baan als onderwijzer bij de gemeente (reiniging) aangeboden. Uiteindelijk kwam men met stukjes pizza aan, want stel je voor dat de Hollandse vrienden niet genoeg gegeten hebben. Kortom, een Japanse avond om nooit te vergeten met één kernwoord "kanpai" (proost).
Idzard + Anton. (Sen.+Jun.)
Maandag 21 augustus, werd het tijd om afscheid te nemen van de gidsen Nobu en Reiko. De bandleden vonden dat ze ontzettend verwend waren en dus werden ze hartelijk bedankt. Bij dit afscheid kregen alle leden nog eens een keurige map met alle gemaakte foto's en kopieën van de plaatselijke kranten waarin de Dakkapel was vermeld met foto en al. De reis naar Tokyo was weer begonnen met twee chauffeurs en een reisleider (dit was weer Franky-San). In de file staan is in Nederland al geen pretje, maar in en rond Tokyo is het een ware attractie.
Tegen 17:00 uur kwam de bus aan in Tokyo en tegen 20:00 uur stapten de heren pas uit bij het hotel. Tokyo is met zijn 12 miljoen inwoners bepaald geen stad om even tijdens de avondspits doorheen te scheuren. Het hotel was nog weer groter en duurder dan alle eerdere slaapgelegenheden, een 7-gangen diner, zwembaden, een magnifiek uitzicht op deze wereldstad. Dit grootste en duurste hotel van Tokyo heeft 30 verdiepingen, 2480 suites, kost ca. 735,- per nacht, bracht de Blauhuster Dakkapel nu toch wel in verlegenheid en de heren vielen later die avond, diep onder de indruk heerlijk in slaap.
Dinsdag 22 augustus, deze "vrije" dag werd door de organisatie benut om de Hollanders eens goed kennis te laten maken met de Metropool Tokyo. De Rainbowbridge, Tokyo Tower (333 mtr. hoge Eifeltoren-kopie) Het Imperial Palace Plaza, De Sensoji Tempel (de oudste Tempel in Tokyo), Eten bij de Toh-Ten-Koh een 5-gangen Chinese lunch, de Akihabara Radio Centre. Ook de "Abbega" van Tokyo, een gedeelte van het centrum waar uitsluitend computers en aanverwante artikelen te koop zijn, dit gebied is ongeveer net zo groot als vier keer het centrum van Sneek. "ik ken geen computer meer sien, hoefeul megabijt hewwe se hier wel niet, ik krij der een hadde skijf fan" aldus Jelle. Niets was hen te dol om vooral ook die dag weer de gasten een zo prettig mogelijk verblijf te gunnen. Dit alles weer onder de bezielende leiding van onze gids en toeverlaat Franky-San. 's-avonds weer een veel te veel gangen diner met weer andere hapjes en snapjes.
Tokyo Tower by night.
Als dank voor het aangenaam verpozen heeft de dakkapel bij het immense hotel nog een serenade voor de deur gegeven op het plein met de terrassen. Veel glimlachende gezichten en half Tokyo stond op de diverse roltrappen en verdiepingen even stil bij de bijzondere sound van het Friesche orkest in het land van de onbegrensde vriendelijkheden.
De fotograferende en meeklappende mensen gaven de bandleden weer de nodige stof tot napraten. "ja jongens, deze trip loopt ten einde, su moai krije we ut nooit weer, en thus gelove su ons noait" was het commentaar van Nico Silvius. Inderdaad, hier zijn geen woorden voor, of toch wel? "Kampai" het Japanse woord voor proost of "Choka" = al het goede, of "Arrigato Japan" = dank U wel Japan.